Het verhaal van Anky


Het was 14 februari 2014, ik wilde net gaan stofzuigen toen mijn broertje Max belde die alleen thuis was omdat mijn ouders op vakantie waren. “Anky, ben je thuis? Ja, hoezo? Kan je hier naartoe komen? Ja, gaat het niet goed met Tammy (onze gezinshond)? Nee, kom maar gewoon”. Ik hoorde dat er iets niet goed was maar ik dacht dus dat het onze 14 jarige familiehond was. Snel ben ik in de auto gestapt en toen ik bij Max aankwam zag ik twee politiemotoren voor de deur staan. Er was echt iets goed mis, maar wat? Max kwam me al tegemoet en zei: “Het ergste wat er kon gebeuren is gebeurt”. Voordat ik het wist stond ik in de woonkamer en vertelden de politiemannen dat Stijn samen met Toon een eenzijdig ongeluk had gehad op Bonaire en dat Stijn ter plekke was overleden. Vanaf dat moment is alles, maar dan ook alles anders. Aan de ene kant komt de boodschap luid en duidelijk over en weet je meteen ‘hij is er niet meer’ aan de andere kant besef je het totaal nog niet. Het enige wat je kan denken is; ‘neee neee neee, niet Stijn!’ Max en ik zaten daar alleen met die agenten, de bom was gevallen en geen idee hoe verder te gaan. Wel wist ik dat ik meteen onze ouders moest gaan bellen. Dat was het moeilijkste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan. Hoe vertel je je ouders over de telefoon, die op vakantie zijn, dat hun jongste zoon niet meer leeft? Dat telefoongesprek weet ik nog woord voor woord. Na het bellen van onze ouders begonnen we anderen te bellen. Langzaamaan begon het huis vol te stromen, hadden we contact met de politie en het mortuarium uit Bonaire.

Ik ben Anky Poncin en ik ben de zus van Stijn Poncin.

Sinds Stijns dood is alles anders, we hebben een leven wat we noemen voor en een leven na Stijn. Het leven voor Stijns dood was mooier, had meer geur en kleur. Het leven na Stijn heeft veel ups en downs maar heeft ook al talloze gelukkige momenten met zich meegebracht. We hebben tattoos laten zetten, hebben Stijn op T-shirts meegenomen naar Pinkpop, de Canarische eilanden en hebben er veel nieuwe vrienden voor het leven bij gekregen.

De zus van Stijn, dat ben ik.

Curaçao

Stijn, mijn stoere, vier jaar jongere broertje zou voor zes maanden naar Curaçao vertrekken. Hij wilde ontdekken wie hij was, in een andere wereld en zonder zijn bekende groep vrienden en familie om hem heen. Een geweldige kans voor hem, maar voor mijn grote-zussen-hart was het wat minder leuk. Stijn zes maanden moeten missen? No way Jose! Daarom had ik direct besloten dat ik hem zou opzoeken op Curaçao. Alleen of met een vriendin, dat maakt niet uit, als ik hem maar zou zien. Gelukkig gaf mijn schoonzusje Sharona (vriendin van mijn broertje Max) zich op als vrijwilliger om af te reizen naar het tropische eiland. We hadden een mooi all inclusive hotel geboekt, zodat we ook genoeg entertainment hadden als Stijn overdag moest werken bij Caribbean Filmcom Productions. En natuurlijk voor de cocktails! De dagen dat we Stijn weer zouden zien telden we af, een mooie tropische vakantie was alleen maar een leuke bijkomstigheid. Toevallig had Max last minute ook een reis naar Curaçao geboekt om naar Stijn te gaan met anderhalve dag overlap met Sharona en mij. Hij had er eigenlijk helemaal geen geld voor, zoals gewoonlijk. Toch had hij besloten al zijn spaargeld op te maken om Stijn te zien, zeker na alle stoere verhalen die Stijn vertelde over het eiland en het leven daar. Daarnaast miste Max Stijn ook verschrikkelijk.

Stiekem waren we best zenuwachtig toen het zo ver was om naar Curaçao af te vliegen. Ondanks dat Stijn en ik dagelijks contact hadden, was het spannend om hem, daar zo zelfstandig en volwassen, op te zoeken. In het vliegtuig bouwde de spanning zich op en was ik al best emotioneel. We hadden afgesproken dat we voor de grap heel koeltjes Max en Stijn zouden begroeten, alsof het ons niets deed. Die afspraak hield ongeveer twee seconden stand, want ik kon mijn blijdschap om Stijn te zien niet bedwingen. Een paar minuten lang hebben Stijn en ik geknuffeld met het hek nog tussen ons in.

Helaas had Stijn het die periode ontzettend druk op stage, daardoor zagen we hem bijna alleen ’s avonds. Ook zat hij er qua energie en motivatie flink doorheen. Stijn klaagde er weinig over, maar het was goed te merken aan hem. We merkten ook dat hij in de drie maanden al een stuk zelfstandiger en volwassener was geworden.

Hij kwam ons soms meerdere keren per dag ophalen in zijn krakkemikkige auto die hij ‘Shirley’ had genoemd. ’s Avonds gingen we steeds rustig uit eten bij bekende tentjes voor Stijn en natuurlijk naar sneks (soort 24uurs winkeltjes) en naar een truk di pan (allerlekkerste kip die ik ooit op heb!). Ook zijn we regelmatig naar zijn studentenhuis gegaan, uit geweest, met Stijn en Sherman (mede-stagiaire en goede vriend) naar een bizarre stage opdracht gegaan en nog veel meer.

Op zijn enige vrije dag tijdens onze 8 daagse vakantie zijn we naar het idyllische strand Grote Knip gegaan. Toeristen en locals door elkaar, echt iets voor Stijn. Mensen die booty-dans wedstrijden aan het houden waren en Aziatische families die onder de bomen aan het barbecueën waren. Daar hebben we een heel gezellige dag gehad waarop Stijn even bij kon komen van zijn drukke werkweek. Tot zijn spijt moest hij daar van Sharona en mij dolfijn poses doen. Sharona verzon daar zelfs nog de bijnaam ‘DolStijn’, waar Stijn ont-zet-tend blij mee was… Kortom, ook voor ons was het bezoeken van Curaçao de reis van ons leven.

Uiteindelijk was het tijd om afscheid te nemen. Stijn bracht ons voor laatste keer naar ons hotel. Met het naderende afscheid begonnen ‘tranen rollend over wangen als krokodillen die van een berg afrollen en in het water te vallen’. Het afscheid van jou op Schiphol was al erg zwaar, maar op de een of andere manier voelde dit naderende afscheid nog zwaarder. Nu wist ik al wat het betekende om hem drie maanden te missen… En ik moest er nog eens drie! Hij wreef troostend over mijn been en veegde tijdens het rijden de tranen van mijn wangen af. Opzij kijkend zag ik dat hij het er ook moeilijk mee had. Voor het hotel volgde het echte afscheid. Pfoe, wat was dat zwaar. Net zoals op Schiphol durfde hij me amper aan te kijken en Sharona en ik maar huilen. We hebben hem nog goed vastgepakt, gekust en geknuffeld. Gezegd dat we van elkaar houden en dat we elkaar over drie maanden weer zouden zien…

Na Stijn

Iets minder dan drie maanden later, op Valentijnsdag, belde Max. Hij vroeg of ik thuis was en of ik naar hem toe zou kunnen komen. Papa en mama waren net op vakantie naar Lanzarote en het ging niet zo goed met onze oude familiehond Tammy. Ik vroeg; ‘Is het Tammy?’. ‘Kom maar gewoon snel’ zei Max. Ik wist nog net mijn hond in de keuken op te sluiten en snel pakte ik de auto. Na 3 minuten aangekomen zag ik de twee politiemotoren voor de auto staan. Max stond al in de voortuin voordat ik er was. ‘Het ergste wat ons kan overkomen is gebeurt’ zei hij. Inmiddels in paniek stormde iknaar de woonkamer. Daar zag ik de motoragenten met gebogen hoofden in de rommelige woonkamer zitten. Ik weet niet meer hoe, maar zij vertelden mij dat Stijn die ochtend was verongelukt door een eenzijdig ongeluk op Bonaire. Zijn vriend, Toon, was de bestuurder van de auto en hij leefde nog. Meer konden ze nog niet zeggen. Wat ik me herinner is een wazig beeld, door de tranen, en hoe ik Max vast pakte. Nee, nee, nee, niet mijn lieve, stoere Stijn. Max was stil, ik heb ongeveer zeven keer gevraagd aan de agenten of ze het niet mis konden hebben. Wisten ze zeker dat het Stijn was? Was er een kans dat het toch iemand anders was? Is hij echt dood? Hoe gaat het met Toon? Toen ik ervan overtuigd was door de agenten dat het echt Stijn was en dat Toon Stijn had geïdentificeerd, wist ik dat er niets anders op zat dan zo snel mogelijk papa en mama bellen.

Wonder boven wonder nam mama al snel op. ‘Heee!’ klonkt het vrolijk. ‘Mama, het ergste wat ons ooit kon overkomen is gebeurt, Stijn is verongelukt op Bonaire door een auto ongeluk’. Het enige wat ik daarna hoorde was mama die maar ‘nee’ bleef zeggen en hetzelfde bericht moest ik ook aan papa brengen, die dezelfde reactie had. Het geluid van mijn ouders die hoorden dat hun jongste zoon er niet meer was, heb ik nog maanden erna elke nacht voordat ik ging slapen in mijn hoofd gehoord. Ze kwamen meteen naar huis.

Vervolgens schoten Max en ik meteen in de regelmodus. Wat moet je doen als iemand dood is? Wie moesten hier allemaal meteen van af weten? Hoe werkt zoiets in vredesnaam? De agenten bleven maar herhalen dat we niet alleen mochten zijn en familie moesten bellen. We belden Sabine en Yvonne, onze schoonmoeders. Daarna hadden we ook al andere mensen gebeld, allemaal met het verschrikkelijke, onaanvaardbare nieuws dat onze Stijn er niet meer was. Verschillende familieleden en vrienden kwamen binnen druppelen. Eva, de vriendin van Stijn, konden Max en ik niet bellen, dus Etienne belde haar. Loes, de beste vriendin van Stijn, zat net drie weken in Zuid-Afrika. Oh mijn god, hoe zouden we haar het nieuws moeten vertellen? De vrienden van Stijn uit en op Curaçao moesten we ook bellen. De vrienden die inmiddels al in Nederland waren, dachten dat we belden om een welcome home party te organiseren.

Inmiddels was het al behoorlijk druk geworden thuis. Veel armen om ons heen. Aan de ene kant was het meer dan duidelijk dat Stijn dood was, aan de andere kant was het ontzettend onwerkelijk. Met Sabine en Yvonne besproken we wat we met de verkeerspolitie op Bonaire gingen bespreken zodra we ze mochten bellen. We wilden weten hoe het ongeluk was gebeurt, of Stijn geleden had, of Stijn toonbaar was, wanneer hij naar Nederland zou komen en we wilden dat hij gebalsemd zou worden. Iedereen was behulpzaam en beetje bij beetje kregen we antwoorden; Stijn was meteen buiten bewustzijn geweest en had dus vermoedelijk geen pijn geleden, Stijn was waarschijnlijk toonbaar en balsemen moest sowieso omdat hij per vliegtuig vervoerd moest worden. Wanneer hij weer in Nederland zou zijn, was afhankelijk van hoe snel de papieren ingevuld zouden worden en dergelijke.

Als een stroomversnelling werd alles in gang gezet en al snel was het tijd om mijn ouders op te halen van Schiphol. Wat een drama was dat, je ouders vasthouden, twaalf uur nadat ze het nieuws hadden gehoord dat een kind van hun was overleden. Surrealistisch. Toen ze thuis aankwamen zat, op hun verzoek, het huis vol met de meest naaste vrienden en familie.

Zo zag het er ook nog de dagen erna uit. Het huis de hele tijd vol met lieve vrienden en familie. We hoefden zelf niets te doen. Konden ons richten op ons verdriet, op Stijn, die in zijn eentje in een mortuarium op Bonaire lag. Naast zorgen over Stijn, maakten we ons ook zorgen over Toon. We wisten helemaal niet hoe hij eraan toe was. Het enige wat we eerst wisten was dat hij buiten levensgevaar was. Maar dan nog kon het zijn dat hij geheel verlamd was. Beetje bij beetje kregen we meer informatie over de hele situatie. Ook konden we beginnen met het plannen van zijn afscheidsdienst. Wat hadden we daar grote plannen voor… En elk plan is uiteindelijk volbracht!

Een schamele twee weken eerder dan origineel gepland kwam hij naar huis. Levenloos en in een kist… Met een gewone KLM passagiersvlucht kwam hij naar huis. Met het gezin gingen we hem ‘ophalen’ van het mortuarium van Schiphol. We reden achter het busje aan met Stijn erin. Bij de Dela aangekomen konden we hem vrijwel direct zien. We werden nog wel gewaarschuwd voor de kist waarin hij aan was gekomen; een ijzeren, zilveren, Caribische kist!

Ontzettend zenuwachtig was ik voor het moment dat ik hem zou zien. Dat mijn eerste ervaring met een overledene Stijn zou zijn, had ik nooit kunnen bedenken. De kist ging open en ik zag echt Stijn. Het laatste sprankje hoop dat ze het verkeerd konden hebben, vloog weg. Stijn zag er weliswaar heel anders uit, maar het was hem echt. Hij had een mooie lichtblauwe pyjama aangekregen, zijn haar was gewassen en in een midden scheiding. Er waren deuken en schrammen te zien op zijn gezicht, maar die waren verhuld door een dikke laag make-up. Het was duidelijk dat de geest die Stijn Stijn maakte er niet meer was.

Vrij snel na zijn aankomst hebben papa, mama en ik heb verzorgd. We hebben de make-up van zijn gezicht verwijderd. Beetje bij beetje kwam de Stijn zoals wij hem kenden naar voren. Daarmee kwamen ook de tekenen van zijn dood naar boven. Een flinke snee net boven zijn oog, blauwe plekken op zijn lichaam, zijn schedel niet meer heel… Stijn, wat is er allemaal met je gebeurd? We hebben hem vertrouwde kleding aangedaan en mooie nieuwe kleding die we hadden gekregen van de winkel Bonk. Hij voelde weer vertrouwd aan.

In de 24-uurs kamer konden we zo veel bij hem zijn als we maar wilden. Van 10.00u tot 22.00u waren we bij hem. We konden hem weer vasthouden, aanraken, bij hem zijn. Ook daar was het de hele tijd vol, iedereen wilde afscheid van hem komen nemen en nog zoveel mogelijk bij Stijn zijn als mogelijk was.

Vrijdag 14 februari was Stijn overleden, zaterdag 22 februari hebben we hem begraven. Het was een dag om ongelofelijk trots op te zijn. Dat klinkt vast raar maar het is ontzettend waar. We waren bovenal trots op Stijn. Dat hij onze zoon/broer/kleinzoon/vriend/neef is geweest. Zo’n geweldige, jonge kerel met veel talenten en ambities. In het poppodium van Breda, de Mezz, was zijn grote afscheidsdienst. Er waren ongeveer 600 mensen afscheid komen nemen. Veel mensen hebben nog wat gezegd en er is veel mooie en grappige muziek gedraaid. We wisten grotendeels hoe Stijn zijn begrafenis zou willen. Raar genoeg sprak hij daar regelmatig over. Alles wat we wisten hebben we uitgevoerd; van het jodel liedje helemaal in het begin tot de euroshopper halve liter bierblikken die onder alle stoelen stonden.

Na de Mezz zijn we met een kleinere groep van ongeveer 60 man naar zijn rugbyclub gegaan. Daar hebben zijn rugby teamgenoten hem op hun schouders onder de doelpalen gedragen. Zijn laatste wedstrijd is daar symbolisch gespeeld. Vervolgens hebben we hem met een paar mensen begraven. Na het begraven zijn we weer teruggegaan naar de rugbyclub naar het afscheidsfeest. We hadden een frietkraam geregeld voor alle knorrende magen. Uiteindelijk hebben we een Stijnwaardig afscheid neergezet. Stijn zou trots op ons zijn geweest.

Het leven nu

Na de begrafenis begon het echte werk pas. Rouwen is topsport. De weken erna zagen we, familie en vrienden, elkaar nog heel veel. Veel lieve mensen zorgden goed voor ons. Werken/studeren zat er nog even niet in voor ons. In zo’n periode leef je, maar meer ook niet. Af en toe kwam het besef binnen sijpelen, soms maar voor een seconde, dat Stijn er niet meer is. Dat besef is ondraaglijk, op zo’n moment stort je volledig in. Voor de rest was ik verdoofd of had ik het idee dat Stijn nog steeds op Curaçao woonde zonder internet of telefoon. Geheel op de automatische piloot wilde ik dan soms mijn mobiel pakken om Stijn te appen of bepaalde dingen die je mee maakte wilde je aan hem vertellen. Sommige versprekingen zijn ook heel pijnlijk, dan zei ik zonder na te denken; ‘komen Max en Stijn ook?’. Je begint te beseffen dat niets ooit nog hetzelfde zal zijn. Het gaat allemaal door, maar het leven is heel anders. Ons gezin van vijf zal nooit meer compleet zijn. Stijn zal zelf nooit een vrouw en kinderen krijgen, nooit de geweldige oom zijn die hij al heel lange wilde zijn. Bij alle belangrijke en onbelangrijke levensgebeurtenissen zal een gapend gat zijn.

Gelukkig leerden we al heel snel om ons verdriet om te buigen in wat moois. De dag dat Stijn eigenlijk thuis zou komen van Curaçao, ongeveer 2,5e week na zijn dood, hebben we nog steeds gedaan wat we gepland hadden; pannenkoeken eten en carnavallen. Dit hielden we niet zo lang vol, maar we hebben het wel gedaan!

Stijn was van plan om met zijn vriend Jasper een bar te maken bij mijn ouders thuis. Samen met Jasper hebben we dit doorgezet. Veel mensen hebben geklust in de garage van mijn ouders en daar is een geweldig café ontstaan; ’t Werkpaard. Ieder biertje dat daar gedronken wordt, wordt in gedachten met Stijn gedronken.

Bij het graf van Stijn is ook al menig biertje gedronken en veel gezellige avonden zijn ‘bij Stijn’ begonnen of geëindigd. Het graf van Stijn houden we heel ‘levendig’. Veel mensen bezoeken het graf wekelijks of soms zelfs dagelijks. Vaak als je er komt, staan er wel nieuwe bloemen op, ligt er een persoonlijk briefje bij of staat er weer een of ander gek souvenirtje op.

Uiteindelijk kan ik zeggen dat het naar omstandigheden goed met ons gaat. Dit komt omdat we zo veel hulp en medeleven van onze vrienden en familie krijgen. Daarnaast vind ik dat we op een goede, eigen manier met de dood van Stijn omgaan. We proberen ons hierin niets aan te trekken van andere mensen of van ‘hoe het hoort’. Dat werkt niet voor ons. We blijven ook niet hangen in het ‘wat als…’ en ‘hadden we maar…’. Verder praten we veel over Stijn en over wat er gebeurd is. Natuurlijk hebben we nog onze mindere dagen of periodes, we weten dat we er samen uitkomen. Ten slotte halen we gigantisch veel kracht uit Stijn, uit hoe Stijn was. Hij is voor ons allemaal een voorbeeld; goed voor degenen waar hij van hield, daadkrachtig, sportief, eerlijk en heel oprecht, hij stond voor waar hij in geloofde. Hij genoot vaak van het leven en heeft in zijn korte leven geleefd voor 40 jaar. Het komt nooit meer goed, het verlies van Stijn zal altijd pijn blijven doen. Maar hij leeft nu verder in en door ons.

Toon

De meningen over Toon, de vriend van Stijn die de auto bestuurde, waren nogal verdeeld. De een zag het slachtoffer in Toon en de ander kon alleen maar de dader zien. Wij hebben altijd voor zover wij konden achter Toon gestaan. Hij wilde dit evenmin als dat wij het wilden. Zelf kon ik ook gewoon niet boos op hem zijn, al werd dat soms bijna van je verwacht. De eerste keer dat we hem weer zagen was ongelooflijk spannend maar uiteindelijk een goede ervaring. Het was heel fijn om te horen dat Stijn en Toon een geweldige avond van te voren hadden gehad. Dat ze grootste plannen samen hadden gemaakt voor de toekomst. Stijn was gelukkig op de avond voordat hij overleed. Verder kon Toon wat (soms erg pijnlijke) antwoorden geven die we nodig hadden om door te kunnen gaan.

Nu werken we met Toon samen aan dit grootse project. Zonder hem is onze stichting niet zo sterk. Hopelijk kunnen we met z’n allen studenten in het buitenland laten nadenken over de gevolgen van hun acties.