Het verhaal van Bram


Stijn kwam gratis en voor niks bij het familiepakket wat je krijgt wanneer je een relatie krijgt. Stijn was acht jaar jonger dan ik en 10 jaar oud toen ik hem leerde kennen. Toen was hij al een super leuk ventje dat het geweldig vond om zijn grote zus te irriteren, zeker als ik er ook was. In de tien jaar dat ik hem heb mogen kennen zijn we dicht naar elkaar toe gegroeid en zag ik hem als mijn eigen kleine broertje. We hebben zoveel samen gedaan. Samen chillen, waterpijp met een film erbij. Maar ook bijvoorbeeld samen gamen. Elkaar introduceren op verschillende games en deze vervolgens samen helemaal plat spelen. Toen Stijn wat ouder werd en goed op zijn lichaam ging letten gingen we met z’n 2’en fitnessen. Voor hem wat gezelschap en voor mij een goede motivatie om ook daadwerkelijk te gaan. Kortom, we deden veel samen.

Toen Stijn aankondigde dat hij naar Curaçao ging voor stage was ik natuurlijk super blij voor hem! Maar tegelijk vond ik het ook jammer omdat hij daarom een half jaar weg zou zijn. Waar zijn zus, broer, ouders en schoonzus wel in de gelegenheid waren om bij hem op bezoek te gaan zat dat er voor mij niet in. Als docent kun je natuurlijk niet echt je eigen vakanties plannen en in de tijd dat hij op Curaçao was zou alleen de kerstvakantie een optie zijn om te gaan. Dan betaal je natuurlijk de hoofdprijs voor een vlucht + onderkomen en daarom maakte ik de keuze om dan maar niet te gaan. Want van de kerstvakantie tot de carnavalsvakantie is toch niet zo lang? Die anderhalve maand extra wachten kon er nog wel bij.

Was ik toch maar wel gegaan.. Vrijdag 14 februari 2014 was ik rond 10.30u bezig met een les. Leerlingen waren bezig met presentaties. Halverwege een presentatie kwam opeens de rector met een collega binnenlopen. Of ik met de rector wilde meelopen, de collega zou de rest van de les surveilleren. Terwijl we naar zijn kantoor liepen schoot er van alles door me heen. Had ik iets fout gedaan? Geen idee wat.. en wat kon er nou zo dringend zijn dat hij me uit de les haalt en niet wacht tot bijvoorbeeld een pauze? Bij binnenkomst van zijn kantoor vertelde hij me het nieuws: Mijn schoonbroertje was eerder die ochtend omgekomen bij een auto ongeluk op Bonaire. Het enige wat ik kon denken en zeggen was ‘Nee..nee.. er moet een vergissing zijn..’ Daarna heb ik Anky terug gebeld, zij had namelijk contact opgenomen met mijn werk. Ik kreeg haar meteen huilend aan de telefoon en zelf hield ik het toen ook niet meer. Toen ze mij bevestigde dat het inderdaad klopte dat Stijn was verongelukt ben ik zo snel mogelijk naar het huis van mijn schoonouders gegaan. De rest van de dag is redelijk wazig aan me voorbij gegaan. Ik weet dat het steeds drukker en drukker werd maar wie wanneer kwam en hoe laat staat me niks meer van bij.

De zaterdag en zondag waren eigenlijk hetzelfde. Het huis vol met mensen. Iedereen zag er hetzelfde uit: vermoeid, verslagen, verdrietig, maar alsnog was het goed om met iedereen bij elkaar te zijn.

De maandag heb ik de eerste paar uren vrij genomen om samen met Anky op te starten en met haar naar haar ouders te rijden. Daarna ben ik wel gaan werken. Voor mij was het een kans om mijn gedachten te verzetten. Ontsnappen aan de vreselijke gedachte van het verlies van Stijn. Na het werk meteen weer naar schoonouders tot ’s avonds laat. Thuis slapen en weer aan het werk.

Gedurende die dagen werden dingen geregeld voor de begrafenis en kregen we mondjesmaat ook meer informatie over de toedracht. Ook kregen we foto’s toegestuurd van Stijn nadat de lijkschouwer de schouwing had gedaan, hem had gebalsemd en ‘opgemaakt’. De foto’s waren best confronterend om te zien maar, voor mij in ieder geval, goed voor de verwerking. De balseming was verplicht omdat hij met het vliegtuig terug naar Nederland zou worden vervoerd. Later waren we erg blij met de balseming omdat hij dan kon worden opgebaard zonder koeling zodat hij niet zo erg koud aanvoelde.

Woensdag zijn we met het gezin naar Schiphol gereden om Stijn ‘op te halen’. Mijn vader had via zijn werk een taxibusje geregeld zodat we met z’n allen samen konden rijden. Aangekomen bij het mortuarium van Schiphol moesten we buiten wachten en kwam er na een aantal minuten een busje naar buiten rijden waar Stijn in lag. Het was heel onwerkelijk, je rijd achter een auto aan waarvan je weet dat je overleden schoonbroertje erin ligt maar je hebt hem niet gezien (al een half jaar niet in het echt gezien in mijn geval). Dan kom je aan bij het uitvaartcentrum waar de auto vervolgens weer uit zicht verdwijnt en Stijn wordt uitgeladen. We waren al zo’n anderhalf uur constant binnen 50m van hem vandaan maar we hadden hem nog steeds niet gezien. In het uitvaartcentrum hebben ze eerst gekeken hoe hij eraan toe was voor wij hem mochten zien. Toen we hem eenmaal konden zien kwam hij in een geweldige kitsch kist binnen. Deze had hij op Bonaire meegekregen om hem te kunnen vervoeren. We hoefden niet meer te denken over in wat voor kist hij zou komen te liggen, dit werd’m. Toen de kist openging lag hij daar, Stijn.. de stoere, beresterke, niet te verwoesten, ‘de tank’ Stijn.. Dood, auto ongeluk. Zo stom..

Hij lag in de 24-uurs kamer, we hadden een sleutel van dat gedeelte van het gebouw zodat we naar binnen konden wanneer we wilde. Het kwam er dus op neer dat we vanaf woensdag bijna elk vrij uurtje daar doorbrachten. Met sommige vrienden kregen we een paar dagen erg donkere humor, als we daar nu op terug denken kon het soms echt niet. Maar ook dat is een onderdeel van de verwerking. Soms zie je op internet selfies van nabestaanden met de overleden persoon die ligt opgebaard. Voor de dood van Stijn vond ik dat belachelijk, nu snap ik het op zich wel. Ook dat is onderdeel van die donkere humor waar sommigen op terugvallen om de situatie meer dragelijk te maken of te ‘vluchten’ van de werkelijkheid.

Toen werd het zaterdag, de begrafenis. Het was een dag vol met afwisselende emoties. Natuurlijk veel verdriet, maar er was ook plaats voor blijdschap en veel liefde. Liefde voor elkaar en voor Stijn. We hadden de Mezz, een popconcertzaal, weten te regelen voor de ceremonie. Toen het allemaal klaar stond was ik zo trots op iedereen, het zag er geweldig uit!

Na de ceremonie in de Mezz werd Stijn naar zijn geliefde rugbyclub gereden en kon hij voor de laatste keer tussen de doelpalen staan. Ook hier weer veel ontroering. Op het eind, toen hij vanuit de doelpalen weer naar de auto werd gedragen voor zijn laatste rit, de rit naar de begraafplaats, vormde iedereen een erehaag waar hij doorheen gedragen werd. Met op de achtergrond het nummer van Johnny Cash – Hurt was dit voor mij het moeilijkste moment van de hele dag. Tussen de mensen vond ik mijn broertje en mijn vader en samen met hen ben ik in een flink huilen uitgebarsten.

Het laatste gedeelte van Stijns laatste reis, de rit naar zijn graf. Onderweg zijn we nog even gestopt bij zijn thuis. Zijn thuis waar hij al een half jaar niet meer geweest was. Daarna naar de begraafplaats en hebben we hem neergelaten in het graf.

Voor Stijn was ik nog bijna nooit op een begraafplaats geweest. Nu kom ik er meer dan regelmatig. Ik ga er in ieder geval elke woensdag langs voor ik naar mijn opleiding ga. Bovendien kom ik er meestal nog wel één of twee andere keren in de week. Op de dag dat ik dit schrijf is het precies een jaar geleden dat Stijn begraven is. Waarschijnlijk zal ik nog lang minstens 1 keer in de week bij hem langsgaan.

Het is ook wonderbaarlijk hoe je perceptie op sommige liedjes opeens kunnen veranderen. Waar ik eerst sommige nummers al wel mooi vond maar niet zo erg op de tekst lette, past opeens de tekst volledig bij de situatie en kun je, als je het nummer hoort, zomaar in huilen uitbarsten terwijl je het liedje snoeihard meeschreeuwt in de auto. Zeker de eerste weken, ik had een afspeellijst gemaakt met liedjes die op zijn begrafenis werden gespeeld en nummers die me over het algemeen aan hem deden denken. Als ik op een avond weer opeens heel erg aan Stijn moest denken zette ik die afspeellijst aan om het gevoel te versterken en soms een traan te laten.

Gedurende de week die ik hierboven beschreven heb en ook daarna ben ik buiten die eerste maandag en woensdag wel blijven werken. In het begin was het een combinatie van vluchtgedrag en me verantwoordelijk voelen voor de leerlingen die anders geen lessen zouden krijgen en dus achter zouden lopen op de andere klassen. Achteraf gezien had ik dit nooit moeten doen. Tegen de tijd dat de eerste vakantie eraan kwam, de meivakantie, was ik zo opgebrand dat dit effect begon te hebben op mijn gedrag. Waar ik normaal erg geduldig kan zijn had ik een erg kort lontje en dat uitte zich niet alleen op mijn werk maar ook in mijn privé leven. Als ik nu iemand advies zou moeten geven dan zou ik zeggen: neem vrij. Ook al voelt het goed om te gaan werken en heb je in het begin het idee dat het allemaal wel gaat, op een gegeven moment gaat het aan je knagen en vreet het je op. Bovendien doe je dan ook goed voor je naasten. Ik had meer thuis moeten zijn om mijn vrouw te steunen met het verlies van haar broertje.

Na die meivakantie was het snel alweer zomervakantie. In die tijd heb ik goed mijn rust kunnen pakken om het nieuwe schooljaar een stuk frisser te kunnen beginnen.

Het klopt wat ze zeggen, tijd heelt alle wonden. Maar van sommige wonden zal je de rest van je leven nog regelmatig last hebben.